Leverfuncties – welke functies heeft de lever?

Bij de leverfuncties onderscheiden we drie hoofdgroepen: de vasculaire functie, de secretoire functie en de metabole leverfunctie. Deze leverfuncties zijn zeer belangrijk voor het gezond functioneren van het menselijk lichaam.

Vasculaire leverfunctie

Vasculair betekent: met betrekking tot de bloedvaten. De lever bevat een relatief groot bloeddepot en kan bijdragen aan de aanmaak en ontwikkeling van rode bloedcellen (erytrocyten). Dit proces wordt erythropoiësis genoemd, en vindt voor de geboorte plaats in de dooierzak, de lever, de milt en het beenmerg. Na de geboorte vind erythropoiësis alleen nog plaats in het beenmerg. Het proces wordt gestimuleerd door het hormoon erythropoëtine, dat bij zuurstofgebrek in het weefsel (hypoxie) in de nieren wordt aangemaakt. Storingen van de erythropoiësis kunnen leiden tot bloedarmoede (anemie).

Secretoire leverfunctie

leverfuncties

De lever zorgt voor de productie, opslag en afscheiding (secretie) van gal. Deze leverfunctie wordt de secretoire functie genoemd. Per dag produceert de lever iets meer dan een halve liter gal, dat wordt opgeslagen in de galblaas. Nadat de maag zich heeft gevuld zal de gal via de galblaas in de darmen terechtkomen. Gal verandert de vetten in het voedsel in kleinere eenheden. Hierdoor ontstaat voor enzymen een groter oppervlak zodat de vertering sneller kan verlopen. De vetzuren die hierbij ontstaan komen via de darmen en het bloed weer in de lever terecht, waar ze in de energievoorziening van het lichaam een rol spelen.

Metabole leverfuncties

De lever draagt sterk bij aan diverse stofwisselingsprocessen, zoals de koolhydraatstofwisseling, de vetstofwisseling, de eiwitstofwisseling. Via de maag, de darmen, de alvleesklier en de milt stroomt bloed de lever binnen via de poortader. In dit bloed bevinden zich de stoffen die overblijven van het voedsel nadat dit voedsel is verteerd in de spijsverteringsorganen: aminozuren (restant van eiwitten), suikers (koolhydraten), vetten, etc.

De lever geeft aminozuren af aan het bloed of bewerkt ze. Een deel van de suikers en vetten wordt in de lever zelf opgeslagen. Dit geldt ook voor ijzer en vitamine A, B12 en D. De lever maakt ook verschillende eiwitten die in het bloed een specifieke functie vervullen; zo zijn er bijvoorbeeld bepaalde eiwitten nodig voor een goede bloedstolling (hemostase), of eiwitten die een rol spelen in het afweersysteem van het lichaam.

Een zeer belangrijke metabole leverfunctie is het zuiveren van het bloed. De lever verwijdert de afvalstoffen uit het bloed voor het weer terugstroomt in de circulatie richting de longen. In de milt, het orgaan aan de linkerkant van de buikholte op dezelfde hoogte als de lever, worden stervende rode bloedcellen afgebroken, waarbij het afvalproduct bilirubine vrijkomt. De lever filtert de bilirubine weer uit het bloed en scheidt dit, naast andere afvalstoffen als cholesterol, via de galblaas uit in de twaalfvingerige darm. Deze bilirubine geeft de ontlasting een bruine kleur. Als het chemische complex niet meer goed werkt, bijvoorbeeld als afvoerwegen zijn verstopt door galstenen, dan zal de ontlasting een lichte kleur hebben. Iemand met een slecht functioneren de lever krijgt daarom al snel een donkergele huidskleur doordat de bilirubine zich ophoopt in het lichaam. Deze zogeheten ‘geelzucht’ is dan ook een bekend symptoom van een ontsteking of andere stoornis van de lever, waarbij een of meerdere leverfuncties afnemen.

De lever haalt ook allerlei schadelijke en giftige stoffen uit het bloed (detoxicatie). Bij de vertering van eiwitten komt het gif ammoniak vrij, dat door de lever wordt omgezet in ureum en vervolgens wordt uitgescheiden door de nieren. Zonder lever zou een mens binnen 24 uur sterven aan een totale vergiftiging.

Kortom, de leverfuncties zijn zeer noodzakelijk voor het menselijk en dierlijk lichaam!

Links over de leverfuncties

Medische terminologie: leverfuncties
Medische informatie over de lever
Wikipedia: Leverfuncties

Gerelateerd